Deze week hadden we weer een werksessie en ik moet me inhouden om niet stiekem in een vooronderzoeksgesprek terecht te komen, waarin ik hen het hemd van het lijf vraag. Wij begeleiden hen, maar alles wat zij vertellen is brandstof voor het schrijven van DOPE. Of het nu gaat over publiek-private samenwerking in de bestrijding van cocaïnehandel of hoe jonge drugsdealers hun crime als werk ervaren. Heel waardevol.
We hebben vaker met non-professionals gewerkt in dit soort trajecten, maar toch is alles weer nieuw. De grootste winst van eerdere ervaringen is dat we niet meer (heel) zenuwachtig worden van het niet-weten hoe het gaat lopen. Hoe krijgen we hen zo ver om in vorm te denken? Waar gaan ze zelf mee komen? Wat werkt in de begeleiding? Wie moeten we erbij vragen?
Elke twee weken doen we een sessie en dan ontvouwt zich weer een volgend stukje van dit traject. En dat niet-weten heeft ook iets aanstekelijks. We hebben nu een aantal eerste gesprekken gehad tussen onderzoekers en makers die hen kunnen begeleiden in de discipline die ze hebben gekozen. Bouba Dola, Winston Bergwijn, Derek Otte, Danny Stolker en Imanuelle Grives. En zij gaan ook aan doordat we iets aan het doen zijn wat niet klip en klaar is.