Ik begin een patroon te zien in dit soort samenwerkingen. Ze beginnen altijd met het gevoel van een gedeelde missie in combinatie met nieuwsgierigheid naar wat de andere partij doet. Niet-culturele partijen vinden het dan interessant om over theater te horen, maar wij willen ook altijd van alles weten omdat we met mensen aan tafel zitten die in de wereld zitten waar wij het op het podium over willen hebben. En die combinatie levert een bepaalde energie op waardoor iedereen voelt dat we samen iets kunnen bereiken.
Vaak ontstaat er ook al een soort eerste stip op de horizon. Een plannetje, in potlood, waarvan iedereen enthousiast wordt en dat ook te doen lijkt. En dan komt de volgende fase… Die van concretiseren. En daar komen we elke keer erachter dat we elkaar nog helemaal niet zo goed kennen. Het is als met een verliefdheid. Je denkt helemaal te weten wie de ander is, maar dan ga je voor het eerst een paar dagen weg en dan blijk je nog zoveel dingen van die ander niet te kennen.
Vroeger vond ik deze fase vervelend, maar nu zie ik dat juist deze fase onze kennis verdiept. We krijgen grip op hoe de gemeente werkt met de groepen waar we het over hebben. We zien waar zij tegenaan lopen. Welke middelen ze inzetten. Waar ze mee worstelen. Allemaal waardevolle kennis die helpt om de manier waarop we mensen bereiken, ontvangen en mee in gesprek gaan zo goed mogelijk te krijgen.