In dit maakproces gebeuren ook andere dingen die ik heel boeiend vind. Het werken met deze onderzoekers helpt bijvoorbeeld mijn vooronderzoek enorm. In de gesprekken over wat ze aan het maken zijn komen allerlei aspecten van de drugshandel in de haven langs die me veel inzicht geven. Bij elke publicatie van één van de onderzoekers die ik lees krijg ik weer een idee voor een scène.
Maar ik merk dat het andersom ook wat doet. Het werken aan een solo wordt een andere lens waarmee zij naar hun eigen onderzoek kijken. Het maken dwingt om te benoemen waar het nou precies over gaat en om dat over te brengen in een ervaring in plaats van een artikel of een boek. En het biedt ruimte voor de persoonlijke ervaring van wetenschappers in het doen van onderzoek. Hoe ga je om met twijfel, met weerstand van de buitenwereld, met bestaande vooroordelen over de ivoren toren waar de wetenschap zich in opsluit.
Soms vind ik het jammer dat je maar zo ‘weinig’ mensen kan betrekken in het proces van maken, omdat dat proces zo bijzonder blijft. Maar ik geloof dat er in het resultaat, in de solo’s, iets voelbaar gaat zijn van dit proces. En dat kan een publiek dan weer ervaren.